Belastingmaatregelen voor het jaar 2019

In dit artikel de volgende onderwerpen aangaande belastingheffing in 2019. DIt betreft definitieve wetgeving.

  1. Aanpassing belastingtarief voor de Inkomstenbelasting en heffinskortingen
  2. Aanpassingen aangaande de Eigen woning
  3. Overige wetten
  4. Veranderingen aangaande de Buitenlands belastingplichtige
  5. Vennootschapsbelasting
  6. BTW – Omzetbelasting
  7. Uitleg van het begrip ‘Gezag’


Inkomstenbelastingtarief 2019

De inkomstenbelasting kent vier tarieven en langzamer hand bewegen de eerste drie schijven naar elkaar toe. De eerste tarief stijgt met 0,10% naar 36,65% en komt daarmee in de buurt van de tweede en derde schijf. De tweede en derde schijf schuift op richting de eerste schijf door een daling van 2,75% naar 38,10%. De vierde schijf daalt met 0,2% naar 51,75%.

Kortingen

Heffingskorting

De algemene heffingskortingen stijgen met 212 euro naar 2477. Het maximale bedrag aan heffingskorting ontvang je bij 20.384 en daalt naar mate je meer inkomen hebt. De korting daalt naar nul bij een inkomen van 68.507 euro. 

Arbeidskorting

De arbeidskorting stijgt met 150 naar 3399 euro. De maximale arbeidskorting ontvang je bij een inkomen tussen de 20.000 en 41.000 euro en daalt naar nul bij een inkomen van 90.000 euro.

Combinatiekorting (IACK = inkomensafhankelijke combinatiekorting)

Een korting voor iedereen met kinderen beneden de 12 jaar en die daarnaast werken. Het vaste bedrag van 1.000 euro vervalt, het wordt een geheel percentage van het inkomen gebaseerde korting.

Ouderenkorting

De ouderkorting gaat omhoog  met 178 euro naar 1596 euro. De vermindering van de korting boven een bepaald inkomen gaat niet meer ineens maar geleidelijk.

Uitbetalen heffingskortingen

Wanneer de heffingskortingen door de minstverdienende partner niet of niet geheel wordt verzilverd worden deze, mits de meestverdienende partner voldoende belasting betaald, aan de minstverdienend partner uitbetaald. Het gaat om 26 2/3% van de niet verzilverde heffingskortingen.

Eigen woning

De maximale aftrekpercentage wordt 49% voor de aftrekbare kosten. De fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden vervalt per 1 januari 2019, dit wordt vervangen door een subsidieregeling namelijk het Besluit vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie.  De aftrekpercentage voor een geringe eigen woning schuld is 96 2/3% van het netto bedrag (van voordelen en aftrek). Het forfait daalt van 0,7% naar 0,65% voor woning waarden tussen de 75.000 en 1.080.000 euro. 

Overig

De vrijstelling pleegvergoeding (de vergoeding die pleegouders ontvangen voor de opvoeding van pleegkinderen) wordt structureel.

De vrijwilligersvergoeding wordt hoger. De maximale maandelijkse vergoeding wordt 170 euro en jaarlijks 1700 euro.

De 30% regeling wordt maximaal 5 jaar voor alle aanvragen na 1 januari. Voor bestaande gevallen geldt dat de regeling voor hen ingaat per 1 januari 2021.

Buitenlands belastingplichtige en kwalificerende buitenlands belastingplichtige.

 Voor buitenlandse belastingplichtige geldt dat, wanneer zij niet in de lidstaten van de EU wonen, of inwoner zijn van een staat die onderdeel uitmaken van de Europese Economische ruimte, of van Zwitserland en de BES-eilanden, zij niet langer het belastingdeel van de arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting. En verder ontvangen zij die kortingen niet meer via de loonbelasting. Veelal zijn dit kwalificerende buitenlands belastingplichtige en ontvangen deze kortingen dan wel via de inkomstenbelasting.

Vennootschapsbelasting

De eerste schijf (winst tot 200.000 euro) daalt van 20% naar 19%. De verliesverrekening wordt verlaagd van 9 naar 6 jaar. Verliezen uit 2018 kunnen nog wel 9 jaar vooruit worden verrekend.

Gebouwen mogen afgeschreven worden tot 100% van de WOZ waarde, dit was t/m 2018 50% van de WOZ waarde. Pand die voor31 december 2015 in gebruik is genomen kunnen nog onder de oude regels worden afgeschreven. Voor panden onder de inkomstenbelasting geldt de oude regeling.

CFC (controlled Foreign Company) maatregel is per 1 januari 2019 van toepassing. Nederland zal buitenlandse winsten betrekken in de Nederlandse heffing wanneer die winst in een ‘bedrijf’ (ofwel een CFC) niet of laag wordt belast in het andere land of op een Europese zwarte lijst staat (Niet-coöperatieve rechtsgebieden).

Afschaffing van de fiscale aftrekbaar van de vergoeding op converteerbare obligaties (CoCo’s) die banken en verzekeraars betalen.

Beperking van de rente aftrek wanneer de rente hoog is ten opzichte  van de brutobedrijfsresultaat.  Wanneer de rente meer dan 30% is van de fiscale brutobedrijfsresultaat en de rente boven de 1 miljoen is, dan deze niet aftrekbaar.

BTW – Omzetbelasting

De rente voor de verlaagd btw tarief gaat omhoog naar 9%.

BTW-Sportvrijstelling wordt verruimd, dit betekend dat de btw op de verbouwing en onderhoud  niet meer aftrekbaar is. Ter compensatie hiervoor kunnen sportinstellingen en gemeenten  bij ministerie van VWS terecht voor subsidie en uitkeringen

BTW richtlijn voor vouchers gaat per 1-1-2019 in werking in Nederland. Voucher zijn bijvoorbeeld boekenbonnen, hotelbonnen, VVV bon of telefoonkaart. Op de aanschaf van de Voucher de boekenbon zit dan BTW en voor andere vouchers dan bij gebruik/inwisseling van het tegoed.

Teruggaaf van BTW kan alleen wanneer er een uitnodiging is ontvangen van de belastingdienst om aangifte te doen. Wanneer  er een teruggaaf is maar er is geen uitnodiging ontvangen dan moet dit voortaan binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de teruggaaf is ontstaan worden aangevraagd. Voorheen was er geen termijn.

Uitleg van het begrip ‘GEZAG’.

Er is sprake van een arbeidsrelatie (kort door de bocht) wanneer er sprake is van een gezagsverhouding tussen de werkgever en werknemer versus een opdrachtverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Het is dus van belang om het begrip Gezag duidelijk te krijgen, wat lastig is in de moderne werkverhoudingen. 

Het begrip gezag wordt uitgelegd in de bijlage bij het handboek loonheffingen. Het gezag wordt uitgelegd aan de hand van de volgende elementen: leiding en toezicht, vergelijkbaarheid personeel, werktijden, locatie, materialen, hulpmiddelen en gereedschappen, manier waarop de werkende naar buiten treedt en overige relevante aspecten. Er is geen duidelijke regel maar geeft een Aanwijzingen voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding of juist het tegendeel.